Risico op de korte en lange termijn

Hoe zie jij het risico bij beleggen? Is dat het maximale verlies dat je in één jaar kan oplopen, hoe lang jouw portefeuille onder water staat, of de kans dat je jouw doelen niet zult behalen? Het risico van een beleggingsproduct wordt vaak gelijk gesteld aan de beweeglijkheid (standaardafwijking) van de koers van dat product, maar dat percentage zal je waarschijnlijk geen compleet beeld geven van hoe risicovol jouw beleggingen nu echt zijn. Het grootste risico van een beleggingsportefeuille is dat deze niet genoeg groeit om de door jou gestelde doelen te bereiken. Het ontwijken van risico op de korte termijn verhoogt vaak het risico op het niet behalen van jouw doelen op de lange termijn. Vandaar, een korte introductie over risico bij beleggen.

Lange termijn risicofactoren

William J. Bernstein noemt in Rational Expectations (affiliate link) treffend dat jouw portefeuille af en toe geraakt zal worden door flink negatieve rendementen, maar dat het echte risico van een portefeuille het niet kunnen betalen van jouw toekomstige consumptie is. Het gaat anders dan vele andere risico’s om risico dat niet weg te diversificeren is en je dus moet nemen om van het hogere rendement te kunnen profiteren. Het lange termijn risico komt voort uit vier factoren:

  1. Hevige en langdurige inflatie, desastreus voor vastrenderende beleggingen.
  2. Economische depressie; heftig voor aandelen, maar kredietwaardige vastrenderende beleggingen blijven intact.
  3. Confiscatie of hevige belasting door de overheid.
  4. Vernietiging van bezit door militaire actie.

Alle vier de factoren kunnen desastreus zijn voor het behalen van jouw financiële doelen, hoewel de laatste twee minder vaak voorkomen en lastiger tegen te bewapenen zijn. Vanwege de eerste twee punten is het verstandig om een redelijke verdeling te maken tussen vastrenderende beleggingen en aandelen en zijn voor mij de reden dat ik niet enkel in aandelen of enkel in obligaties zou willen zitten. Waar vanwege het hoge gemiddelde rendement van aandelen op de lange termijn aandelen vrijwel zeker positief resultaat tonen na aftrek van inflatie, kunnen obligaties na een paar decennia nog negatief rendement tonen. Op de korte termijn verzwakken obligaties echter het neerwaarts risico van aandelen. De uiteindelijke verdeling is mede afhankelijk van hoe lang jouw beleggingshorizon is en de behoefte, tolerantie en draaglijkheid van risico.

Korte termijn risico en standaardafwijking

Bernstein geeft aan dat op de korte termijn risico het best geïllustreerd wordt door de standaardafwijking van een portefeuille. Een lastiger meetbaar maar tevens handige definitie is slechte rendementen in slechte tijden, waar de kredietcrisis tussen 2007 en 2009 een schoolvoorbeeld van is (economische recessie en financiële crisis tegelijkertijd). Waar het korte termijn risico op de lange termijn meer een deuk in een stijgende lijn is, is korte termijn risico voor veel beleggers die niet voldoende spreidden en daardoor op het diepste punt in blinde paniek verkochten zeer schadelijk geweest op de lange termijn.

Bij het evalueren van de aantrekkelijkheid van een belegging wordt vaak gekeken naar de verhouding tussen standaardafwijking (risico) en rendement. Er zijn een paar zaken die het kijken naar alleen de relatie tussen standaardafwijking en rendement niet heel praktisch maken. De standaardafwijking kijkt naar hoe de rendementen afwijken van het gemiddelde rendement. Als voorbeeld zou een speculatief aandeel een hoge standaardafwijking hebben doordat het regelmatig verre uitschieters heeft, zowel omhoog als omlaag. Een defensief aandeel zou een lage standaardafwijking hebben omdat het stabieler presteert.

Standaardafwijking kijkt dus zowel naar de negatieve als de positieve bewegingen van een koers. Echter, positieve rendementen ervaar je waarschijnlijk niet als pijnlijk terwijl negatief rendement je wel degelijk raakt. Voor de standaardafwijking telt positief even zwaar als negatief, maar de meeste mensen zijn risico-avers en ervaren negatief rendement meer dan twee keer zo zwaar als positief rendement.

Het is tevens belangrijk om te realiseren dat twee beleggingen met een gelijke standaardafwijking een zeer verschillende verdeling van rendementen kan hebben. De standaardafwijking gaat uit van een normaal verdeelde verdeling; de kans op een positieve afwijking is even groot als een negatieve afwijking van dezelfde grootte (de typische bell-curve). Het is in werkelijkheid dus echter ook mogelijk dat er bijvoorbeeld relatief vaak positieve rendementen zijn, maar dat minder vaak voorkomende en erg sterk negatieve rendementen de standaardafwijking flink beïnvloeden. Ook is het mogelijk dat de twee beleggingen eenzelfde standaardafwijking hebben, maar dat de ene belegging veel vaker exceptionele resultaten toont dan de andere belegging. Een bewijs dat het rendement van de aandelenmarkt niet normaal verdeeld is, is dat er veel te vaak extreme rendementen waargenomen worden dan voorspeld kunnen worden volgens een normale verdeling.

Over het algemeen is het meten van korte termijn risico met standaardafwijking prima, aangezien het een goed beeld geeft van de bandbreedte van de beweeglijkheid van de belegging (een standaardafwijking van 20% betekent dat het rendement in tweederde van de gevallen tussen één standaardafwijking zit, dus tussen -20% en +20%, in 95% van de gevallen tussen twee keer de standaardafwijking zit, dus -40% en +40% en in de overige 5% hierbuiten). Houd echter in het achterhoofd dat het niet alles zegt over de frequentie en hevigheid van de volatiliteit. Gemeten in standaardafwijking zijn aandelen risicovoller dan obligaties; obligaties kunnen dus de volatiliteit van aandelen afzwakken.

Af en toe zal de aandelenmarkt door het ijs zakken, houd dus vastrenderende beleggingen aan zodat je blijft drijven.
Af en toe zal de aandelenmarkt door het ijs zakken, houd dus vastrenderende beleggingen aan zodat je blijft drijven.

Negatieve rendementen

Wellicht is het praktischer om het korte termijn risico te bepalen door de periodes van negatieve rendementen uit de historie erbij te pakken. Het besef dat je niet kan voorspellen wanneer de markt zal crashen en hoe lang deze beneden peil zal blijven, is een hoofdreden om te spreiden. Dat de historie zich niet zal herhalen is vrijwel het enige wat zeker is binnen het beleggen. Historische rendementen zullen de toekomst niet kunnen voorspellen, mede omdat we niet veel meer dan honderd jaar aan solide financiële data hebben. Dat is ongeveer vier keer een beleggingshorizon van dertig jaar die allemaal flink verschillen. Waar in het verleden de crashes in staatsobligaties en aandelen meestal niet samenvielen, kan dit in de toekomst prima voorkomen. Jouw eigen beleggingshorizon zal dus verschillende verrassingen in petto hebben en bereid je hier dan ook op voor. Veel beleggers gaan ten onder aan het nemen van teveel risico op de korte termijn terwijl veel niet-beleggers ten onder gaan door het nemen van te weinig risico.

De historische rendementen die ik noem zijn enkel ter indicatie van hoe hevig negatieve rendementen zijn geweest en dus mogelijk ook kunnen zijn. Het meest zware eenjarige verlies in de Amerikaanse aandelenmarkt was 43% in 1931 en op de tweede plaats 37% verlies in 2008. In Duitsland daalde in 1948 de aandelenmarkt met 87% terwijl de langlopende obligaties zo’n 90% daalden. Obligaties in de VS met een looptijd van vijf jaar zijn nooit meer dan 5% gedaald per jaar. Overigens geldt voor aandelen dat de kans dat aandelenmarkt in zijn geheel failliet gaat klein is, terwijl faillissementen op obligaties af en toe voorkomen (bijvoorbeeld Duitsland en Argentinië in de vorige eeuw). Ook voor obligaties zou dus gelden dat het verstandig is om te spreiden. (1)

De langste periode dat de Amerikaanse aandelenmarkt niet boven zijn vorig hoogtepunt uitkwam, was na het hoogtepunt in augustus 1929. De aandelenmarkt herstelde na een daling van bijna drie jaar (met 34 maanden de langst durende daling in aandelen in de historie) pas na bijna dertien jaar. De daling was met ongeveer 84% de diepste in de historie en om hiervan te herstellen was een winst van meer dan 500% nodig. (2)

De afgelopen vijftien jaar kende twee hevige beurscrashes, namelijk de crash van de internetbubbel tussen maart 2000 en september 2002 (dieptepunt van -47,4% exclusief dividend en 50 maanden tot het vorig hoogtepunt) en de kredietcrisis tussen november 2007 en maart 2009 (dieptepunt van 55,3% exclusief dividend en 38 maanden tot het vorig hoogtepunt). Waar aandelen gemiddeld één uit de vier jaar negatief resultaat hebben gehad, is dat voor kortlopende obligaties één uit tien. (3)

Indien je wilt voorkomen dat je binnen jouw beleggingscarrière jarenlang diep in het rood staat, is het dus verstandig om naast de aandelen die je voor de sterke groei aanhoudt ook vastrenderende beleggingen aan te houden om de hevige fluctuaties van de aandelen te temperen. Ook is het risicovol om eenmalig te investeren voor jouw pensioen; wanneer je regelmatig investeert, koop je soms hoog en soms laag aan. De aandelen voorkomen dat je na lange tijd negatief uitkomt, obligaties zorgen voor een rustiger vaarwater.

(1): De schitterende eenvoud van indexbeleggen, door Jacques Wintermans (2009)

De informatie in dit stuk reflecteert mijn persoonlijke mening en bevindingen. Als je fouten aantreft of suggesties hebt, hoor ik die graag. Dit is niet bedoeld als beleggings- of belastingadvies of een aansporing tot aankoop van bepaalde effecten. Zie voor meer informatie de disclaimer.
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

2 reacties op “Risico op de korte en lange termijn

  1. Het beeld dat veel mensen van ‘risico’ hebben en waar ze wakker van liggen is het risico om al hun geld kwijt te raken. Hoe kleiner het aantal entiteiten waarin belegd wordt, hoe groter dat risico is. In 1918 had je beter niet heel het veilige deel van je portefeuille in Russische staats- of spoorwegobligaties kunnen hebben, want door de Russische revolutie werden al die obligaties in één klap waardeloos. Evenmin had je in 2007 al je geld in aandelen Lehman Brothers moeten hebben. Of in 2001 in aandelen Enron. Of in 2002 in Argentijnse staatsobligaties. De les is eenvoudig: Spreid je beleggingen over genoeg verschillende bedrijven/overheden en de kans om al je geld te verliezen wordt verwaarloosbaar klein. Is er eens een faillissement, dan verlies je misschien een paar procent van je geld, niet meer. Dat zie je niet eens terug tussen de normale schommelingen in de waarde van je portefeuille. Als je voldoende gespreid belegt, bijvoorbeeld via indexfondsen/ETF’s, dan hoef je van dit risico dus niet wakker te liggen.

    Dat risico in de financiële wereld vaak wordt gelijkgesteld aan volatiliteit is een nuttig uitgangspunt, maar het is niet het enige waar je naar moet kijken. Neem een als superveilig geldende termijndeposito die onder het Nederlandse depositogarantiestelstel valt. Veiliger dan een aandeel, toch? Als je naar volatiliteit kijkt wel. Kijk je echter naar het liquiditeitsrisico, het risico dat je opeens geld nodig hebt maar er niet bij kan, dan is de termijndeposito risicovoller. Daarbij kun je pas bij je geld na verloop van de vooraf afgesproken termijn. Het aandeel kun je op iedere handelsdag verkopen. Hoeveel je er op dat moment voor krijgt staat je dan misschien niet aan, maar je kunt wél altijd bij je geld.

    In de laatste alinea stel je dat het risicovol is om al je geld in één keer te beleggen en dat je, om het risico te verkleinen, beter regelmatig een gelijk bedrag kunt inleggen. Dat klopt, maar het verdient wel een kanttekening: In twee derde van de gevallen leidt dit tot een lager eindbedrag dan als je alles in één keer had belegd (https://pressroom.vanguard.com/content/nonindexed/7.23.2012_Dollar-cost_Averaging.pdf). Dit is niet heel vreemd, want in het verleden zijn de koersen in het algemeen gestegen. In het verleden loonde het dus in het algemeen om eerder van die koersstijgingen mee te profiteren. Bij wie gespreid instapt, rendeert de volledige inleg pas vanaf de datum waarop het laatste bedrag is ingelegd; bij wie in één keer instapt rendeert de volledige inleg al meteen.

    Als je voor de keuze staat tussen in één klap en geleidelijk geld inleggen, moet je je bewust zijn van het risico van de eerste optie, maar ook van het verwachte hogere rendement van de tweede optie. Als compromis tussen beide opties zou je tijdens een relatief korte periode geleidelijk in kunnen stappen.

    • Hoi A_Mustachian,

      Dank voor de goede reactie en de verdieping op het stuk.

      Het klopt inderdaad dat ik veel risico’s buiten beschouwing heb gelaten en met name op niet weg te spreiden risico’s heb gefocust. Goede spreiding lost al een hoop belangrijke risico’s op.

      In welke situaties zou je als belegger de portefeuille moeten liquideren? In principe zou je de korte termijn moeten kunnen overbruggen met een noodfonds en is dat liquiditeitsrisico dus niet zo groot (als je elk jaar een 5-jaars deposito opent, kom je op ongeveer 2 à 3 jaar gemiddelde looptijd uit). Dat je niet gemakkelijk kunt verkopen, kan dat natuurlijk ook een voordeel zijn zodat je niet te vroeg liquideert. Een belangrijker punt wat je noemt, vind ik dat van spreiding, met een Nederlands spaardeposito moet je wel vertrouwen hebben in de bereidheid van de Nederlandse overheid om aan het garantiestelsel te voldoen. Als je hieraan twijfelt, is een wereldwijd obligatiefonds mogelijk een betere keuze. Maar je hebt helemaal gelijk dat liquiditeitsrisico een van de risico’s is die meegenomen moet worden en dat dat een risico is welke niet per se in het rendement van dat product ingebakken zit.

      Dank voor de kanttekening bij het gespreid inleggen, klopt inderdaad dat je historisch gezien met een eenmalige inleg vaak beter presteerde dan wanneer je gespreid inlegt en ik zou dat ook voor de toekomst zo verwachten. Als aandelen en obligaties meer opbrengen dan cash, zou je zo snel mogelijk de gewenste toewijzing in het hoger renderende product moeten bereiken. Bij een lange periode van gespreid inleggen (>1 jaar) zit je te lang met een hoog cash-deel in de portefeuille en mis je naar verwachting flink wat rendement. In ieder geval een goede afweging om te maken als je een relatief grote inleg wilt doen.

      Groet, Mick

Laat een reactie achter