Hoogtevrees: Zitten we in een bubbel?

De beurzen staan op een all-time high, centrale banken stuwen de aandelenmarkten naar een nieuw hoogtepunt, price-earnings ratio’s en tal van andere maatstaven staan hoog. Doet een belegger er nog wel verstandig aan om te gaan beleggen? Is het risico niet te groot geworden in verhouding met het te behalen rendement? Toekomstverwachtingen lijken grimmig.

Financiële markten kunnen zich als een achtbaan gedragen
Financiële markten kunnen zich als een achtbaan gedragen

All-time highs

Het is een goed teken dat de beurs op een all-time high staat. Dit betekent dat tot op heden de beurs is blijven groeien en van de onderliggende bedrijven dus ook verwacht wordt dat ze blijven groeien en geld zullen opleveren voor de aandeelhouders. Dat de beurs op een nieuw hoogtepunt staat, is als je grafieken van de historische koersen bekijkt dan ook niet erg verrassend. Zo is de S&P500 in 2013 maar liefst 44x op een nieuw hoogtepunt gesloten, terwijl er maar ongeveer 250 handelsdagen in het jaar zijn. Na 2013 is de S&P500 vrolijk door gestegen. Kortom, nog geen reden tot paniek, de beurs hoort te groeien en daarbij horen nieuwe hoogtepunten.

Quantative easing

De opkoopprogramma’s (quantative easing genoemd) van bijvoorbeeld de Amerikaanse FED of de Europese Centrale Bank worden regelmatig genoemd als de reden achter de sterke en snelle opkrabbeling sinds de kredietcrisis. Nu zal dat niet de enige reden zijn voor de stijging van de beurzen en zijn dit soort programma’s bovendien nog nooit eerder op deze schaal uitgevoerd. Wie durft te voorspellen wat de beurs gaat doen na het stoppen van deze programma’s mag zichzelf een waarzegger noemen. Het is immers maar de vraag in hoeverre een verlies na het stoppen van de opkoopprogramma’s al zijn verwerkt in de huidige prijzen.

Marktindicatoren

Dat de markt lastig in te schatten is, blijkt wel uit het feit dat het overgrote deel van de actief beheerde fondsen die met allerlei indicatoren de markt proberen te peilen hun benchmarks niet behaalt. Fondsen die actief aan markttiming doen en dus instappen bij lage koersen en weer uitstappen bij hoge koersen falen, zeker op de langere termijn, jammerlijk in hun missie de markt in te schatten en een betere risico-rendement verhouding te leveren.

Een bekende marktindicator is Shiller’s PE, ook wel CAPE of PE10 genoemd. Deze indicator corrigeert de price-earnings ratio voor cyclicaliteit in de aandelenmarkt. Wanneer de ratio hoger ligt dan het historische gemiddelde, is de markt overgewaardeerd en dus te duur. Hierbij kan de kanttekening gemaakt worden dat de CAPE al sinds 2012 hoger dan gemiddeld is en dat wanneer je toen uitgestapt was al drie jaar niet geïnvesteerd bent geweest.

Historisch gezien voorspelt de CAPE-ratio ongeveer 40% van de tienjaars rendementen na inflatie en is daarmee een van de best voorspellende marktindicatoren. Een indicator als deze is echter niet geschikt om het crashen van de markt te kunnen inschatten. Shiller geeft zelf ook aan dat deze indicator niet bedoeld is voor handelen op korte termijn, maar dat het beter dient als indicator voor de middellange termijn. Het is dan ook maar de vraag of je korte termijn beslissingen wilt maken op basis van de CAPE, als je weet dat het missen van de beste beursdagen desastreus kan zijn (aan de andere kant geldt hetzelfde voor het wel meemaken van de slechtste beursdagen).

Dat veel indicatoren momenteel een overwaardering van de markt aangeven, is echter geen teken om te negeren. Het houdt in dat je jouw verwachtingen voor de komende jaren wellicht wat moet bijstellen. Het huidige beursklimaat is niet te vergelijken met dat van twintig jaar terug, dus je zou niet moeten verwachten dat de rendementen gelijk zullen zijn. De voorspellende waarde van marktindicatoren zijn te laag om er jouw strategie op aan te passen, het risico op negatieve rendementen over lange periodes zorgen er juist voor dat aandelen meer renderen dan bijvoorbeeld staatsobligaties.

Het feit dat actief beheerde fondsen die de markt proberen te timen op de lange termijn vrijwel allemaal falen en dat je juist de fondsen die door een goede portie geluk wél hun benchmark verslaan niet van tevoren kunt selecteren, zorgt er bij mij voor dat ik niet geloof dat de markt kunt inschatten op korte termijn.

Achteruitkijkspiegel

In retrospect zijn sommige bubbels goed te identificeren, zoals de tech-bubbel in de eind jaren 90 en recentelijk de huizenprijzenbubbel. Het grote probleem is dat je dit alleen in de achteruitkijkspiegel goed kunt waarnemen en dat deze markten al een flinke tijd overgewaardeerd waren. De enkeling die de bubbels goed inschat, wordt achteraf als goeroe ontvangen, terwijl diegene die de markt foutief voorspelde in de vergetelheid beland en het volgende jaar weer nieuwe inschattingen mag maken. Op gelijke wijze is de mens geneigd goede prestaties uit het verleden te onthouden en toe te schrijven aan vaardigheden, terwijl hij de slechte prestaties toewijst aan pech en vervolgens vergeten.

Door af en toe te herbalanceren, zodat je jouw maximale verlies op een verdraagbaar niveau houdt, zorg je ervoor dat je in goede beurstijden wat winst neemt en in slechte beurstijden juist goedkoop kunt bijkopen. Je zult in jouw beleggerscarrière gegarandeerd hevige crashes en gouden tijden meemaken; de tijd in de markt is belangrijker dan het timen van de markt.

De informatie in dit stuk reflecteert mijn persoonlijke mening en bevindingen. Als je fouten aantreft of suggesties hebt, hoor ik die graag. Dit is niet bedoeld als beleggings- of belastingadvies of een aansporing tot aankoop van bepaalde effecten. Zie voor meer informatie de disclaimer.
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Laat een reactie achter