Hoeveel aandelen heb je nodig voor voldoende diversificatie?

In de achteruitkijkspiegel is het heel simpel, koop een jaar of vijftien geleden aandelen in Apple en Microsoft en je bent nu binnen. Had je belegd in een WorldCom dan voel je waarschijnlijk nog steeds steken als je eraan terug denkt. Diversificatie wordt regelmatig de enige gratis lunch genoemd in het beleggen; je minimaliseert de impact die één aandeel kan hebben op jouw totaalresultaat.

Brede spreiding zorgt ervoor dat je zowel aandelen bezit van de paar bedrijven die extreem goed presteren als de bedrijven die door interne of externe factoren door het putje gespoeld worden. Je verkiest hiermee een gulden middenweg, mits de markt als geheel op lange termijn omhoog gaat natuurlijk. Hoewel je tegenwoordig eenvoudig spreiding kan behalen met indexfondsen, rekenen deze fondsen wel jaarlijks kosten. Sommige beleggers kiezen er dan ook voor om juist losse aandelen te kopen om daarmee de markt te volgen. Maar hoeveel aandelen is genoeg om dit te doen zonder al te veel extra risico te lopen?

Kan je de gratis lunch nog goedkoper krijgen?
Kan je de gratis lunch nog goedkoper krijgen?


Systematisch en onsystematisch risico

Systematisch risico kan je niet verwijderen door beter te spreiden; ook wanneer je de gehele markt bezit, zal de portefeuille bewegen. Het is bijvoorbeeld niet goed mogelijk om de invloed van geopolitiek weg te diversifiëren. Onsystematisch risico is een risico dat je wel kunt wegnemen door bijvoorbeeld meer aandelen aan te kopen of aandelen uit andere sectoren aan te kopen. Wanneer je de gehele markt bezit, kun je het risico niet verder verkleinen en loop je dus enkel systematisch marktrisico. Wanneer de spreiding in de portefeuille kleiner is, loop je naast het marktrisico ook nog onsystematisch risico.

Spreidt minstens in 10, 15, 50 of 200 aandelen

Meningen over het minimum aantal aandelen in een portefeuille wijken flink uiteen. Benjamin Graham zegt in ‘The Intelligent Investor’ dat een belegger minstens tien aandelen en maximaal dertig aandelen in zijn portefeuille moet hebben. De ondergrens zorgt ervoor dat hoe goed je de bedrijven ook selecteert, je bijvoorbeeld niet te hard getroffen wordt door een externaliteit die het aandeel de grond in boort. De bovengrens is ook goed te verklaren, daar Graham de markt probeert te verslaan en dat dat niet gaat lukken wanneer jouw portefeuille sterk op de markt lijkt. Wanneer je beter wilt presteren dan de markt, zorgt hoge spreiding ervoor dat de kans op die betere prestatie kleiner wordt. Voor iemand die de markt wilt volgen, is er eigenlijk geen bovengrens en is dus vooral de ondergrens belangrijk.

In ‘A Random Walk Down Wall Street’ geeft Burton Malkiel aan dat een gespreide portefeuille van vijftig aandelen het optimum is (in oudere versies van het boek was dit overigens nog twintig aandelen doordat de volatiliteit toen lager was). Tot het punt van vijftig aandelen neemt het risico van de portefeuille sterk af, terwijl er vanaf dat punt amper meer risicoreductie plaats vindt.

William Bernstein beargumenteerde in 2000 al hoe de veel genoemde minimum hoeveelheid van 15 aandelen te weinig is om het onsystematische risico weg te nemen. Het marktrendement wordt sterk beïnvloedt door een paar extreme stijgers en dalers. Tenzij je de vaardigheden hebt om alleen de extreem positief groeiende bedrijven te kiezen, is zoveel mogelijk diversificatie aan te raden. Van willekeurig gekozen gelijkgewogen portefeuilles van 15 aandelen, scoorde driekwart slechter dan de gelijkgewogen marktindex (1).

Larry Swedroe geeft hier een mooie samenvatting van het wetenschappelijk onderzoek dat gedaan is naar de minimale hoeveelheid aandelen benodigd om risico te minimaliseren. De meeste artikels komen uit op een spreiding van minstens 50 aandelen per categorie; een hoeveelheid effecten waarbij ik denk dat het selecteren, monitoren en herbalanceren van de gespreide portefeuille je al meer moeite en geld gaat kosten dan het aankopen van een goedkoop indexfonds. En zelfs dan loop je nog het risico om de grote klapper te missen of juist de grote klappen te krijgen.

In een tijd waar je goedkoop zeer veel spreiding kunt behalen zonder nauwelijks moeite te doen, is het beleggen in indexfondsen aantrekkelijker dan ooit. Ik sluit me dan ook volledig aan bij het slotwoord in het stuk van William Bernstein:

The only way to truly minimize the risks of stock ownership is by owning the whole market.

De informatie in dit stuk reflecteert mijn persoonlijke mening en bevindingen. Als je fouten aantreft of suggesties hebt, hoor ik die graag. Dit is niet bedoeld als beleggings- of belastingadvies of een aansporing tot aankoop van bepaalde effecten. Zie voor meer informatie de disclaimer.
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

2 reacties op “Hoeveel aandelen heb je nodig voor voldoende diversificatie?

  1. Erg leuke artikelen!
    1 aantekening/toevoeging op dit artikel is dat toen Benjamin Graham zijn boek (1949) schreef er geen (etf) indexfondsen nog bestonden en het simpel weg niet mogelijk was voor een belegger om in veel bedrijven in te leggen en niet op kosten te worden gejaagd. Jack Bogle (Vanguard) heeft dit pas mogelijk gemaakt in 1974. Alleen mee aan te geven dat als het product er wel bestond Graham hier een ander advies over zou hebben gegeven, voor de passieve belegger (?).

    • Ha Sabine,

      Leuk dat je weer eens een reactie achterlaat en de site nog kunt waarderen!

      Goed punt dat je aanhaalt, ik ben ook benieuwd hoe Benjamin Graham over beleggen had gesproken als hij in deze tijd had geleefd. Ik vermoed dat hij ongeveer eenzelfde positie als Warren Buffett zou aanhouden, zelf wel actief beleggen in een poging de markt te verslaan, maar voor 99% van de mensen simpele indexfondsen aan te raden.

      Overigens een klein detail, Jack Bogle is niet de oprichter van het eerste indexfonds ooit (dat is Wells Fargo geweest), al is hij zeker degene die het indexbeleggen groot heeft gebracht. Verder natuurlijk niet relevant voor het zeer terechte punt dat je aanhaalt, het is spijtig mensen als Benjamin Graham er nu niet zijn om hun mening en kennis te delen.

      Vriendelijke groet,

      Mick

Laat een reactie achter